WEGWERPTENT

Christine en ik zijn heel verschillend. Daardoor vullen we elkaar zo goed aan. Al 44 jaar.
Ik blijf een speelvogel vol fantasie en verhaaltjes, zij houdt de boel recht met feiten en cijfers. In het begin speelden we soms op elkaars terrein.
Om indruk te maken.
Ik doorspekte mijn verhalen met kurkdroge gegevens die ik ter plekke uitvond, terwijl zij, die meestal zo zuinig met woorden is, plots volzinnen aan elkaar begon te rijmen waar kop noch staart aan kwam.

Ik herinner mij een mooi voorbeeld uit onze eerste vakantie.
Christine wou absoluut in de vrije natuur kamperen. Ik geloofde niet dat we dat echt zouden doen en had een symbolisch fluttentje gekocht dat niet eens een grondzeil had zodat de miertjes en de piertjes zomaar mee in de slaapzak konden. Normaal zou ik er hysterisch bij worden, maar je leeft van de liefde en daarna val je toch in slaap.

Eén nacht hebben we in ons tentje geslapen.
De volgende nacht lagen we al tussen verse lakens in een proper hotelbed.

Gelukkig maar, want het regende pijpenstelen. Met gevolg dat Christine een natte broek had toen ze ’s anderendaags instapte en ik kreeg een paniekaanval toen ik zag dat ik het raampje niet had toegedraaid. Mijn Honda Civic was nagelnieuw en die Fransen hadden er zomaar mee kunnen gaan joyriden. Honda Civic, ça c’est chic.

Halverwege onze kampeernacht werd ik wakker.
Ik stootte Christine aan en fluisterde : “Ben jij wakker ? Doe je ogen dan eens voorzichtig open en kijk naar boven. Wat zie je?”
“Oh, wat een prachtige sterrenhemel. Dat zie je nu alleen wanneer je in de vrije natuur kampeert.
“Zie je alleen dat?”
“Hoe bedoel je, ik zie jou daarbij natuurlijk…”
”En dat is het?”
Ik kreeg niet onmiddellijk een antwoord en dacht dat ze weer was gaan slapen, maar ze haalde diep adem en zei: “Wel, we zien die prachtige sterrenhemel in de eerste plaats omdat het een heldere nacht is, omdat er geen wolken zijn, omdat de lucht hier nog zuiver is. Ik kan je nu al zeggen dat we ook morgen een prachtige zonnige dag zullen hebben. Als ik naar de maan kijk schat ik dat het nu kwart over drie is, ik zie dat de leeuw in Saturnus staat, ik zie de kreeft, de steenbok, de tweelingen, de grote beer, de kleine beer en vooral jou mijn liefste beer. En ik vind me zo klein tegenover die miljoenen sterren en planeten in ons universum, maar dan voel ik me weer groot als ik erover denk hoe romantisch het toch is dat wij hier samen naar de sterrenhemel liggen te kijken…
Vind jij dat ook niet? Wat treft jou het meest als jij naar de sterren kijkt..”.

Zij kende meerder manier om mij de adem te benemen. Ik wou dan ook niet onvriendelijk zijn toen ik haar stilletjes in haar oor zei:
“Ik zie vooral dat iemand vannacht onze tent gepikt heeft…?”

HugoBe

7 mei 2020

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Nostalgie. Bookmark de permalink.