Tante Cor verliest een letter

Tante Cor is een telg van de beroemde Hong Kong-stam. De virusfamilie met de meeste deelnames aan de Influenzagriep, het wereldkampioenschap voor virussen. En dat is opmerkelijk, want dat wereldkampioenschap is geen eendagswedstrijd waarbij de vorm van de dag bepalend kan zijn. Je moet een heel jaar je stinkende best doen om opgemerkt te worden tussen de vele duizenden stammen die deelnemen.
Vals spelen kan niet, want het zijn wetenschappers die nauwgezet bepalen wie wint en in verwaterde vorm opgenomen wordt in het kringetje virussen waarmee het griepvaccin van het jaar wordt samengesteld.

Wanneer het winter wordt en virussen de mensen komen aanvallen, krijgen ze bij diegenen die ingeënt zijn de deur op de neus. Omdat die door het vaccin al kleine hoeveelheden Hong Kong-stammen, of andere Yamagata-stammen in hun lijf hebben. Te weinig om er ziek van te worden maar wel voldoende om de aanstormende ziektemakers buiten te houden.
Kleine hoeveelheden van het juiste virus inspuiten om grotere hoeveelheden, waar je ziek van kunt worden, buiten te houden. Zo beschermt een vaccin of een griepprik.

Voor wie niet ingeënt werd is de influenzagriep wel gevaarlijk. Van de mensen die geen griepprik kregen sterven er ieder jaar meer dan vijftigduizend. De helft van hen zijn erg oud of hebben door ziekte een verminderde weerstand.

We hebben leren leven met de influenzagriep. We weten dat ze wekenlang door het land kan trekken. Vijf jaar geleden zelfs meer dan 20 weken.
We kennen de symptomen, we weten dat je griep kunt overdragen via speeksel, maar ook via een handdruk, nog voor jezelf goed en wel beseft dat je griep hebt. Heb je griep dan volstaat meestal een weekje uitzieken en klaar is Kees (in geval Kees griep zou hebben).

Het is ieder jaar ongeveer hetzelfde en dus denken we dat we griep wel in onze greep kunnen houden. We maken er ons niet veel drukker over dan over een winter zonder sneeuw of over een erg natte zomer.

Maar kijk hoe de wereld in brand staat wanneer daar een nieuw virus ons komt verrassen. Een virus waar de wetenschappers het fijne nog niet van weten en dus ook niet hoe ze de mensen daar tegen kunnen beschermen. Is het een krachtig virus? Hoe kan het ons besmetten? Wordt iedereen er even ziek van? Hoe verloopt de ziekte?
Alles moet ter plekke vastgesteld worden. En dat is niet eenvoudig, want inderdaad, waar de ene persoon drager is van het virus maar er niks van merkt, zal de andere zwaar ziek worden en mogelijk overlijden. Wanneer je heel erg oud bent of een verminderde weerstand hebt. Stel dan maar eens een vaccin samen tegen een virus dat we niet kennen.

We moeten toegeven dat de wereld niet voorbereid was en voor het oog van het universum met de billen bloot gingen. Met het schaamrood op al onze wangen.
Nooit eerder werd de mensheid zo voor schut gezet. En dat door een virusje, niet groter dan een miljoenste van een millimeter. Maar dat wel super gevaarlijk zou kunnen zijn als het de samensmelting is van twee uiteenlopende virus- stammen.

We begonnen ons verhaal met tante Cor en haar beroemde Hong Kong-familie. Stel nu eens dat tante Cor een virus als Rona leert kennen. Wat een explosief stel zou dat kunnen zijn?
Tante Cor is natuurlijk ook geen fraaie dame, maar zij en haar familie volgen in zekere zin de regels van het spel. Zij werken heel hard om opgemerkt te worden zodat ze van de partij zijn bij de volgende seizoensgriep. Einde verhaal. En volgend jaar gaan ze er opnieuw tegenaan.

Bij Rona is het een ander verhaal. Rona is een virus van de Kansasstam. Een Amerikaantje, een cowboy die zijn Keltische naam, die ‘ruig eiland’ betekent, met plezier in het water laat vallen en overal rondbazuint dat hij een Roma is met een been te weinig.
Roma zijn zigeuners, nomaden die overal en nergens thuis zijn. Zo wou Rona in het leven staan. Wereldomspannend. Ook al had hij niks van de werklust van de Hong Kongers.
De Spaanse griep, waar wereldwijd bijna 100 miljoen mensen aan stierven, begon zijn verovering van de wereld ook vanuit ‘Kansas’.
Was dat Rona zijn grote voorbeeld?
Hij wist verdomd goed dat de mens zo maar eventjes 25.000 genen en 20.000 eiwitten heeft, terwijl hij en zijn collega’s virussen het met slechts 15 genen en 27 eiwitten moeten doen, maar toch wou hij beter doen dan zijn voorgangers die kort na de eerste wereldoorlog een greep op de wereld hadden.

Toen hij per toeval tante Cor leerde kennen, was hij helemaal zeker van zijn plan. Hij wist dat Cor van een sterke stam afstamde. Samen met haar zou hij de Corona, de ‘kroon’ op het werk zetten. Op haar werk, in feite. Want niemand kon werken zoals Cor. “Jij kunt verdorie nog beter werken dan ik”, zou hij verbazing spelend toegeven.
“Mag ik jou begeleiden? Jij bent goud waard, jij bent nu al uitstekend, maar ik denk dat ik jou nog beter kan maken. Laat mij jou naar ongekende climaxen voeren…”
“Mijn ideeën, liefste Cor, zijn onverzadigbaar.” Hij noemde het zijn ‘ideeën’, maar in feite was het zijn ‘veroveringsdrift’.
Nu vond tante Cor ‘onverzadigbaar’ eerder iets voor iemands grote honger of voor iemands heerszucht, maar die gedachten liet ze vlug varen want Rona wist haar tot in haar laatste eiwit te charmeren. Zonder verder nadenken dronk zij zijn woorden. Even onverzadigbaar als zijn ideeën.
Hij deed Cor zweven.
“Wij worden het sterkste team ooit. Ik zal altijd voor jou klaar staan. Wanneer jij niet verder kunt, zal ik er zijn om jou af te lossen. Als in een estafetteloop.”
Hij zag dat tante Cor op het punt stond te bezwijken en hij deed er nog een schepje bovenop. “Het is geen toeval, liefje, dat jouw naam met een R eindigt en mijn naam met diezelfde letter begint. Zo staan wij sinds de oerknal in de sterren geschreven. Wij zijn voor elkaar gemaakt. Wij horen bij elkaar. Laat ons onze eigen stam beginnen. Jij en ik. Samen sterk : “CoR & Rona”. Laat ons daar CoRona van maken. Ons unieke onverbrekelijke verbond.”
En tante Cor deelde haar R met Rona.


“Laat ons naar het Oosten gaan, liefste. Daar komt de zon op, daar begint het leven iedere dag opnieuw. Laat ons daar onze reis beginnen. Ik stel Wuhan voor. Wuhan is een symbolische plaats. Net zoals onze naam Corona een samensmelting is van twee geliefden die eeuwig bij elkaar willen horen, is Wuhan een samensmelting van Wuchang en Han.
Wuchang lag aan de zuidelijke oever van de Jangtsekiang-rivier en Han aan de noordelijke. Omdat de rivier het hen onmogelijk maakte van bij elkaar te komen liet Wuchang haar chang vallen en versmolt in naam althans met Han. Een liefdesverhaal bijna zo mooi als het onze.”
Rona wist dat de vergelijking nergens op sloeg, maar Cor zag de zon opkomen in het Oosten en dacht opnieuw niet verder na. Wuhan (woeha) zou het zijn.

Zou Rona de virussen verantwoordelijk voor de Spaanse griep kunnen evenaren of,
nog beter, verbeteren?
Virussen zijn vandaag niet slimmer dan toen. Hoe zou het kunnen? Virussen kunnen helemaal niet denken. Eigenlijk kunnen virussen niks. Tenzij zich vermenigvuldigen.
En daar hebben ze altijd een gastheer voor nodig.

Wij zijn wèl slimmer geworden. De meesten onder ons toch.
Toen de Spaanse griep woedde was de eerste wereldoorlog net voorbij. De mensen waren blij dat ze van die ellende verlost waren. Ze vielen elkaar in de armen en zochten elkaar op. Nog niet met het vliegtuig uiteraard. Het naburige dorp was al ver genoeg.
Maar niemand vertelde hen over het virus. Van Ranst bestond nog niet. Er was geen tv, geen gsm, geen sociale media. Maar daardoor ook geen paniek…

Nu is de wereld een dorp geworden. We vliegen voor schoenen naar Milaan, voor tulpen naar Amsterdam, voor de zon naar Benidorm, voor een weekend naar New York of Barcelona. Van uit de hele wereld komt men naar de Schorre voor Tomorrowland. En de virussen reizen mee. Makkelijk zat.
Vroeger bleef iedereen in zijn kot. Ze hadden net vier jaar oorlog achter de rug. Schuilen was een tweede natuur. En vakantiegeld bestond nog niet.
Nu feesten we er op los. Samen aperitieven, samen naar de zomerbars, na het werk iets gaan drinken. Om op Instagram of andere Facebooks te tonen dat we er bij waren. Likeme werd zelfs een jeugdserie. Om te oefenen.
En de media zitten iedereen met een vergrootglas op de nek. Iedere dag moet het nieuws gevuld worden. De praatbarakken moeten constant kraken.

En dan komt Tante Cor en haar cowboy Rona met de wintersporters mee naar België. Naar het land van Guust Flater. Bestuurd door een Mexicaans leger met alleen maar generaals.
We hadden net maanden achter de rug waarin de generaals als kleuters bleven vastzitten in “neen, ik wil niet met die daar spelen.”
“Ja, ik wil meedoen, maar dan moet die zeker ook meedoen.”
Ondertussen stond het land stil.
Heel kort kon Corona de generaals wakker schudden, maar al snel werden ze weer hun chaotische zelve.
Wie zijn verantwoordelijkheid nam werd verdacht gemaakt en afgeschoten.
Maatregelen werden getroffen en teruggefloten, hulpmiddelen werden aangekocht en weggegooid. Elk woord werd gewikt en gewogen. Niet alvorens het werd uitgesproken,
wat normaal zou zijn, maar erna.
Meer dan ooit tonen we ons als een volk van klagers en misnoegden. Ieder nieuwsitem lijkt een klacht over het vorige.
Ons mag niks meer overkomen. Iedereen verwijt iedereen.
We vergeten dat we sterfelijk zijn. Hoewel er ieder jaar meer dan 100.000 Belgen het tijdelijk voor het eeuwige wisselen.
Dat is meer dan 300 per dag. Meer dan 25.000 in een trimester.
De oversterfte door Corona is nog niet bekend. Men spreekt van oversterfte wanneer er meer mensen sterven dan het gemiddelde van de voorbije vijf jaar.
Uiteraard zullen er door Corana meer mensen overleden zijn.
Maar de 5000 overlijdens die nu aan Corona worden toegeschreven, zijn nog altijd maar een vijfde van de normale 25000 voor een trimester. En van die vijfduizend is meer dan de helft ouder dan 85 jaar. Mensen die in een woon- en zorginstelling zitten, waar men niet naar toe gaat voor vakantie, dat weet iedereen. Net zoals iedereen weet dat mensen van die leeftijd, hoe flink ze zich ook gedragen, zwakker zijn.
En toch staan de kranten en tv-studio’s vol van verontwaardiging.
Hoe kan dat, wat liep er mis, wiens schuld is dit?

Corona trekt door de wereld, en zaait nog meer paniek dan ziekte.

Iedereen eist snel opheldering. Zoveel keer per dag. Iedereen weet het beter en wil
dat het nu snel gedaan is. Terwijl gezond verstand en rust het meest aangewezen is.
Nu het kan.
Rust om na te denken zodat we geen fouten maken.
Rust om de tijd die nodig is op de best mogelijke manier door te komen.
Misschien is het na de bosbranden, de orkanen, de sprinkhanenplagen wel een zoveelste ingrijpen van de natuur dat wij haar met rust moeten laten. Misschien probeert ze de overbevolking bij te stellen? Met een onzichtbaar klein virus.

Minister Donald Weyts stelde voor van na laptops voor alle schoolgaande jongeren, hen ook kamergrote elektronenmicroscopen te geven, zodat ze Covid-19 van ver zouden kunnen zien en een straatje om kunnen gaan. Het idee is even simpel als waanzinnig. Als we maar in het nieuws komen. Typisch Donald.

Maar noteer toch maar het woord voor geval je in de komende dagen Scrabble zou spelen. Elektronenmicroscoop.
Groepsimmuniteit is nog zo’n woord waarmee je bij Scrabble kunt scoren. Die bereiken we wanneer zes op tien mensen de Coronagriep heeft doorgemaakt. Het virus moet dan al ver zoeken naar een gastheer waar hij nog bij terecht kan. Zich verder verspreiden wordt moeilijk.

Eenvoudiger om Corona naar de vergetelheid te verdringen is de afstand tussen ons verdubbelen en volhouden. Na handhygiëne, dat op de eerste plaats blijft, en niet aan je gezicht prutsen op de tweede plaats, waardoor eventuele virussen op je handen naar binnen kunnen en jouw slijmvliezen bereiken.
Bij dat afstand houden moeten we nog eens het volgende herhalen.
Twee meter is beter, maar je loopt geen gevaar als je op minder dan anderhalve meter van elkaar staat. Als je jouw mond houdt kun je geen speekseldruppeltjes verspreiden en kun je de ander niet besmetten. Het virus gaat enkel over via het speeksel. Via de handen alleen als je een voorwerp hebt aangeraakt waarop recent het virus zat.

Kunnen we iets besluiten in deze tijd waarin wat vandaag gezegd wordt straks al achterhaald is?  Wellicht niet. Maar in de huidige stand van zaken kunnen we wel zeggen : we zijn verdomme sterker dan het virus.
Maar we zijn ook maar mensen, die het beter willen weten, die niet kunnen luisteren, die hun eigen willetje volgen.

Stel dat we allemaal niet anderhalve meter maar drie meter van elkaar verwijderd blijven. En dat volhouden. Lang genoeg. Dan moet het virus zich steeds meer uitputten om van de ene naar de andere gastheer te springen. En ook al kan Rona tante Cor laten zweven, zie ik in mijn verbeelding Corona uitgeput en levenloos op de stenen sterven.
De verspreiding wordt een halt toegeroepen. De zieken kunnen genezen.
Wij kunnen eindelijk terug naar elkaar toe lopen. Om elkaar vast te nemen, te knuffelen en te zoenen. Amor vincit omnia. Liefde overwint alles. Altijd.

Een dikke knuffel van

Hugo

Dit is géén wetenschappelijk artikel,  maar toch ook geen fake news, tenzij dit: tante Cor is niet echt een tante.

Dit bericht is geplaatst in Dagklapper. Bookmark de permalink.