Straatartiest

Het was even na zes toen ik mijn krant uit de bus ging halen. Voor de deur stond een camionette met draaiende motor. Ik zei goeiemorgen tegen de man achter het stuur, hij knikte. Ik herkende hem. Enkele weken terug had hij mij uit mijn slaap gehaald omdat hij al voor zes uur stoeptegels stond los te wrikken. Nog voor het daglicht hem kon helpen lag de stoep terug dicht en was hij vertrokken. Op naar de volgende job.

Wat kwam hij nu doen? Voor mijn deur zou hij geen werk hebben. Mijn tegels liggen strak in het gelid, mooi waterpas en zonder onkruid. Daar zorg ik zelf voor. Bovendien veeg ik voor mijn eigen deur…

Misschien kon hij niet parkeren op de plaats waar hij een karweitje had en stond hij daarom bij mij. De stoeptegels aan de oprit enkele meter verder waren helemaal verzakt, en daar kon hij niet staan, want ook de straatstenen waren op die plaats verzakt. Daar zou hij werk aan hebben.
Eindelijk pakken ze die gevaarlijke put in de baan aan. Maar dat zo’n man dat alleen moet doen. Ik ben er in ieder geval blij om want ik durf er nauwelijks over rijden. Stel dat net op dat moment de kasseien elkaar niet meer zouden samenhouden en mijn auto een meter diep in de straat zou verdwijnen. Op ons vorig adres heb ik het ooit voor mijn deur zien gebeuren.

Wanneer ik kort na zeven de gordijnen opentrok…  lag de stoep voor mijn deur al een meter breed open. Waarom hier? Vroeger zou ik meteen naar buiten zijn gestapt en de man om uitleg hebben gevraagd. Nu aarzelde ik. Hij had nog altijd zijn metershoge stootijzer in zijn handen en er was verder niemand in de straat te bespeuren. Bovendien was hij dubbel zo groot als ik. In omvang toch.

Ik vond het vreemd. Mocht er iets aan de ondergrondse leidingen zijn dan zat hij er toch flink naast. Maar hij zou niet diep graven, want hij gebruikte niet eens een steekschop, alleen een ronde schop om de bruine grond enkele centimeter gelijkmatig af te graven. Hij had er zo twee die hij zonder aanwijsbare reden afwisselend gebruikte. In een mum van tijd had hij een bergje bruine grond in zijn camionette geschept. Een langgerekte piramide grond zoals cowboys hun makkers of tegenstanders vroeger in de film begroeven.
Zijn camionette was volledig anoniem. Niet oranje zoals alle overheidscamionettes, ook zonder de rood-witte visgraattekening die zelfs private aannemers op hun wagens hadden om passanten te verwittigen dat er werken aan de gang waren.
Was hij wel echt een straatwerker? Zou ik de stadsdiensten bellen om hem na te trekken. Mensen van de stadsdienst maar ook private stratenmakers zag je nooit alleen werken.

Ik besloot gewoon binnen te blijven en vroeger dan anders achter de computer te kruipen. Vandaar had ik een goed zicht op de werken.

De eerste keer dat ik even naast mijn scherm naar de straat keek zag ik zijn camionette niet meer staan. Ik liep tot bij het raam. Verdorie, die heeft gewoon de stoep opengelegd en is vertrokken.
Gelukkig kwam hij dadelijk terug. Hij was op het einde van de straat zijn camionette gaan draaien en parkeerde op dezelfde plaats maar nu met zijn neus in de andere richting. Niet dat dit een verschil maakte. Er lag niet meer op dan een bergje grijs zand evenwijdig aan het bruine zand dat hij van mijn stoep had afgegraven.

straatartiest-03Misschien paste zijn camionette in de vorige positie niet in de cadrage van de foto die hij wou maken van de opengelegde stoep. Daar nam hij dan wel zijn tijd voor, waardoor de foto me belangrijker leek dan de stoep. Hij stond daar niet zomaar met zijn mobieltje foto’s te trekken, maar met een heus fototoestelletje. Zo’n paarlemoeren ding dat je eerder in de handtas van een dure dame vermoedt dan in de zakken van een werkbroek.

Wie weet was hij vroeger echt stratenwerker geweest en had hij zijn werk verloren maar wou van geen ophouden weten. Hij zag er toch niet ongelukkig uit, want dan sta je niet om kwart over zeven, tegen de laadbak van de camionette leunend, opgewekt te bellen in een taal die ze in een andere tijdzone spreken.

Het zou ook kunnen dat de man aan een minder bekende dwangneurose lijdt. Dat hij dwangmatig stoepen openbreekt en dicht legt en kickt op de spanning dat hij misschien betrapt zou kunnen worden. Hij zou hiervoor in behandeling zijn en foto’s maken voor zijn therapeut. Of voor zichzelf, wat ik plots veel enger vond.
Ik zag hem al in een kamer vol met foto’s van stoepen. Met permanente stift schreef hij er datum en plaats op. Speurders zouden er een kluif aan hebben. Ze wisten wel dat de foto’s niet overeen kwamen met de plaats van misdaad.  Zou hij als gevolg van een of andere kronkel stelselmatig de stoep van zijn slachtoffers fotograferen?

Terwijl ik naar boven liep om een foto te maken van mijn stoep, checkte ik of mijn voordeur wel goed gesloten was. Stop toch met die fantasie, zei ik tegen mezelf. Seffens geloof je jezelf nog. Maar dat was niet makkelijk want, gingen mijn dove gedachten verder, deze man heeft evenzeer gekke gewoonten, misschien wel een verrassend dubbelleven?

De politie zal hem wel kennen, maar niet op deze manier. Zij wisten wie er achter het masker van de ‘Kolos van Knossos’ schuilging. In het wereldje van het professionele worstelen werd hij geroemd als “het crapuul van Kreta, even wreed en meedogenloos als hij groot is”. De politie moet de ware identiteit van al die gemaskerde catchers op voorhand kennen, evenals de uitslag van de te betwisten kamp.  Hij stond bekend als een eerder timide man, die een centje bijverdiende als catcher, maar onder de spotlights met een kap op zijn kop alles durfde.

Ik stond terug met beide voeten op de stoep. Goed, hij zal dan misschien wel geen seriemoordenaar zijn, maar hoe vreemd ben je als je voor de kick voetpaden open legt?
Vrees om betrapt te worden in onze straat moest hij niet hebben. Aan de overkant is er een kerkhof. Van die kant zou niemand reclameren, en aan deze kant staan verschillende huizen leeg. In een winkelstraat met veel passerend volk zou hij zijn kunstjes niet moeten vertonen. Zou hij al vaak net-niet betrapt zijn geweest? Zou hij voorttrekken van stad tot stad?  Tweemaal in dezelfde straat opereren was toch niet zonder risico?

Op het vervolg moest ik even wachten, want zoals echte stratenmakers nam hij een pauze alvorens de volgende fase aan te vatten en zijn opdracht ook voor mij duidelijk zou worden.
De stoep werd weliswaar met zorg gewoon terug dicht gelegd, waarbij hij een ouderwetse tegelstamper gebruikte. Alvorens er een laagje zand over te strooien nam hij weer uitvoerig foto’s.
Om de voegen op te vullen gebruiken vaklui een fijn, bijna wit zand. Onze man zijn zand kwam recht uit een zandbak. Te grof, te geel met van die heel kleine steentjes in.
Nadat hij het zand had gestrooid was hij meteen weg. Pauze en foto’s nemen inbegrepen was hij nauwelijks meer dan een uur bezig geweest.

Ik ging toch eens kijken. Hij had enkele nieuwe tegels gelegd. Ze waren minder grof dan de andere, lichter grijs en net iets kleiner waardoor de voeg breed openstond. Het waren er zeven in totaal die in “V” een pijl vormden naar mijn huis.
Moet ik nu blij zijn omdat een voorlopig nog onbekende artiest mijn stoep uit duizenden heeft uitgekozen om zijn ‘street-art’ te performen ? Of moet ik bang zijn omdat hij op deze manier zijn handlangers laat weten dat dit huis de moeite loont om in te breken ?
Misschien hoor ik er nog wel van. Maar eigenlijk toch liever niet.

Dit bericht is geplaatst in Dagklapper. Bookmark de permalink.