Mussen uit Gaiole Chianti

Gaiole Chianti ligt op 11 km van Siena midden de wijngaarden van de Gallo Nero, het keurmerk van de Chianti Classico. Op het net hadden we een country house gevonden dat ons beviel voor vakantie. Het maakte deel uit van een Borgo (gehucht) waarvan al in 998 melding werd gemaakt. Op de kapel na, die in die duizend jaar nog geen steen verloren had, bleef er niet veel meer dan een ruïne.
Elena Nappa, een modeontwerpster uit Milaan, toverde zo’n vijftien jaar geleden de ruïne om tot een droom-Bed & Breakfast met nog enkele vrijstaande huisjes voor wie een langere periode wil huren. De Borgo is niet makkelijk te vinden dus het loopt er niet storm, bovendien was het nog maar juni, zodat dat wij op het eerste weekend na, de enige bewoners van de huisjes waren. Ook in de B&B moet het kalm geweest zijn, want iedere dag kwam Elena met haar honden en katten voorbij gewandeld. Alsof zij niks anders te doen had. Onze relatie beperkte zich tot een vluchtige buonasera of sera zonder meer, zoals Italianen zeggen.
Pas thuis ontdekte ik op het net wat een bijzondere vrouw zij is. Niet zozeer omdat zij op tal van forums door gasten geloofd wordt als de ultieme gastvrouw, of omdat zij nu schatten verdient aan diezelfde gasten – een kamer kost per nacht tussen de 170 en 240 € maar vooral omdat zij die droom van ruïne, waarvoor niemand een cent gaf, tot uniek vakantieverblijf, waarvoor je vele centen moet geven, helemaal in haar eentje realiseerde. Op tv zijn er reality-reeksen over avonturiers die alles achterlaten en naar de Provence of naar Toscane trekken om een gastenverblijf te beginnen. Maar hoeveel klopt er van die verhalen en hoeveel is bijgekleurd voor televisie? Terwijl Elena echt is, tastbaar nabij.
Ik had haar verhaal zo uit haar mond kunnen optekenen. Hoewel, toenadering zoeken had niet vanzelfsprekend geweest, haar honden zouden voor mij een te grote barrière blijven. Niet dat ik geen dierenvriend wil zijn, maar toch concentreer ik me liever op mensen.
Iedere avond voor het slapengaan, inspecteerde ik de hele kamer op mogelijke insecten. Vooral nadat ik een zwart streepje met grote snelheid over het plafond had zien kruipen. Was het een duizendpoot of een kleine zwarte schorpioen, ik moest het niet weten, maar heb voor alle veiligheid de hele nacht helemaal onder de dekens liggen zweten. Liggen slapen kan ik moeilijk zeggen, ik heb altijd al het gevoel dat er ‘s nachts spinnen over mijn hoofd lopen, wellicht zijn het fantoompijnen van het haar dat er vroeger stond, maar hier had ik dat nog veel erger. En als ik dan toch insliep, schoot ik wakker uit een nachtmerrie dat die zwarte rups of wat het ook was, van het plafond onder mijn neus viel. De angst om met Hitler vergeleken te worden was op dat moment kleiner dan de angst dat dat beestje via mijn neus met zijn kleine pootjes in mijn hersenen zou kruipen en daar het toch al oververhitte crisiscentrum helemaal in de war zou sturen. Entomofobie noemt de wetenschap dat, ze doen maar, zolang het maar ver van mijn bed blijft.

Gelukkig heb ik geen ornithofobie, want vogels zijn in de Sienese natuur drukker in de weer dan thuis. Tijdens mijn slapeloze nachten hoorde ik de mooiste vogelenzang, heen en weer geflirt in gefluit zonder dat ze er moe bij werden.
Overdag maakten de zwaluwen het mooie weer. Waar ze bij ons hoog in de lucht vliegen, om hun favoriete insecten te vangen, scheren ze in Gaiole als gekken over de grond en komen ze nippen aan het water van het zwembad, ook terwijl ik er in lig. Natuurlijk duik je onder. Niet zozeer omdat ik vreesde dat ze mijn hoofd als eilandje zouden beschouwen, maar vooral uit schrik dat zo’n zwaluw met zijn puntige bek in mijn ogen zou vliegen. Mijn hoofd of mijn schouder lag meer voor de hand vermits groter, maar ik vreesde alleen voor mijn oog. Die zwaluw zou dan in die gelatine-bol blijven vastzitten en radeloos in achteruit fladderen terwijl ik, met die vogel in mijn oog, vooruit moet zwemmen om de kant te bereiken en die vogel met oog en al uit te trekken. Als straf zou mijn oogbol nooit meer van zijn bek gaan en neemt mijn oog plaats in de evolutie van Darwin bij het ontstaan van de bolbekvogel.
Ik dacht dat ik er zo eentje ontdekt had. Hij leek op een mus, maar zijn fijn bekje eindigde in een bolletje. Ik bleef ‘m in ’t oog houden en hij mij. Ik had de indruk dat mijn aanwezigheid hem zenuwachtig maakte. Daar was helemaal geen reden toe. Ik ben geen beroemdheid in Italië en ik raak toch nooit tot bij de dakgoot. Toch sprong hij binnen een afstand van een meter over en weer op die dakgoot. Nu en dan vloog hij naar de bomen iets verder, maar dadelijk zat hij er weer terug. En zag tot zijn ergernis dat ik er ook nog zat. Hij keek naar mij, maar ook telkens naar de muur zo’n metertje onder die dakgoot. Ik haalde mijn camera om mijn ornithologische vondst aan de wereld te kunnen bewijzen. Inzoomend op de muur merkte ik dat er over zo’n vijftien centimeter een voeg van twee vingers dik tussen de natuursteen ontbrak. Ik had het nog maar net gezien of onze vogel vloog zonder remmen in dat gaatje binnen. Het leek een Kamikaze-vlucht, maar toen ik meteen daarna luid getjilp hoorde begreep ik dat in ons huis, ik schat ter hoogte van de douche, in die muur van zo’n vijftig centimeter dik een nest vogeltjes woonde.
Vandaar dat de kat regelmatig langs kwam gelopen met haar blik alleen naar boven en een air van ‘is het eten nog niet klaar’. In mijn eenvoud dacht ik dat die Italiaanse katten gewoon hautainer zijn dan bij ons.
Als mijn vogel daar eten komt brengen moet ik dat toch digitaal vastleggen, dacht ik. Ik zette mij in een stoel, camera in de handen, hoofd in de nek. In opperste concentratie en dus schrikkend als een kleuter wanneer daar zo’n zwarte kever als een kogelvogel aan mij voorbij zoefde of wanneer een witte vlinder zijn dronkemansvlucht in mijn observatieveld kwam uitvoeren. U moet maar eens naar de vlucht van een vlinder kijken. Daar zit geen lijn in. Dat buitelt en holderdeboldert maar. Moest er een vliegbrevet voor dieren bestaan dan zou een vlinder als eerste zijn vleugels moeten inleveren.
In ieder geval ik zat daar als nooit tevoren één met de natuur. Ik voelde mij een kleine David Attenborough. Toen mijn vrouw vroeg of ik iets moest drinken, verbaasde ik mezelf dat ik fluisterend en articulerend als Attenborough antwoordde.
De meester-documentairemaker zal er van kunnen meespreken hoe een vogel u soms bij de kloten kan nemen. Urenlang heeft hij daar schijnvluchten uitgevoerd terwijl zijn koters kermden van de honger en ik kramp kreeg in mijn nek. Het is pas thuis op het scherm dat ik zag dat hij een gewone mus was die blauwe besjes naar zijn kindjes bracht.

Mijn finale fauna-ervaring kwam er bij de terugreis. We hadden nog maar net de zandwegeltjes verlaten en enkele kilometers op de slingerbaan naar Siena gereden, toen er een bambi in het licht van onze wagen de weg over huppelde. Ik heb niet gehuild zoals men gewoonlijk doet bij het zien van Bambi. Het was tenslotte vijf uur in de ochtend en we hadden nog 1350 km voor de boeg.
26-06-2009

Dit bericht is geplaatst in Dagklapper. Bookmark de permalink.